Nieuws

Algemeen - publicatie: 05 oktober 2021

Pastoor Ronald Cornelissen is 25 jaar priester!

Op 19 oktober is het precies 25 jaar geleden dat onze pastoor, Ronald Cornelissen, tot priester werd gewijd. Een feestelijk jubileum dat in de parochies H.Lebuinus, H.Kruis en Sint Marcellinus gevierd wordt, mét de parochianen.

Reden ook om met een kop koffie met hem om de tafel te gaan zitten. Dat deden Roland Enthoven, Hoofd communicatie van het Aartsbisdom Utrecht en Andrea Oomes. Een openhartig gesprek over roeping en volle agenda’s, over een krimpende kerk en een rotsvast vertrouwen in de kracht van de H.Geest.

Wat weten we nog niet over Ronald Cornelissen?
Ik ben geboren in Gaanderen, we waren met 4 jongens in het gezin. Drukke jaren dus voor mijn ouders en vooral mijn moeder. Toen ik 6 jaar was, dacht ik: “Ik word pastoor”. Maar iets later denk je natuurlijk toch “Ik wil politieagent worden, of leraar, of…”
Ik volgde atheneum, en toen ik ongeveer 15 was dacht ik wel al aan een opleiding theologie.

Ik werd misdienaar in de vierde klas van de lagere school, zoals dat toen heette. En gaandeweg raakte ik steeds meer betrokken bij de Sint Augustinus parochie in Gaanderen, met allerlei vrijwilligerstaken.
Dit kerkgebouw is ondertussen aan de eredienst onttrokken. Toen ik er een paar jaar geleden nog een keer binnenging , viel me vooral de lucht op: een bijzondere mengeling van kaarsen, wierook….De lucht die ik van kleinsaf aan al kende.

Niet alle theologie studenten krijgen een roeping…
De studie theologie ben ik begonnen, met wel nog Latijn en Grieks in te halen. Maar het verlangen om priester te worden werd steeds sterker. Het was niet een spectaculair moment aan het strand of in een bos. Geen heldere flits of zo. Wel een groeiend verlangen binnen in me naar Christus en de kerk. Ik ben in het Ariënskonvikt gaan wonen om de vraag te onderzoeken…is het wel echt wat voor mij, ben ik echt geroepen?
Thuis waren ze er in eerste instantie niet echt blij mee, hoewel het geen verrassing was. Maar toen ze na een paar jaar zagen hoe gelukkig ik was gingen ze om. Ik heb toen – en nu nog steeds- veel steun gehad van de familie, van mijn ouders en mijn broers…

En tijdens je jeugd, dacht je dan niet :”’s Zondags naar de kerk, ppfft?”
Eigenlijk ben ik wat dat betreft heel erg saai. Ik ging in het weekend gewoon naar de Mis. Ik ging ook wel gewoon mee uit met de vrienden op zaterdagavond, maar na een tijd trok me dat toch niet meer zo. De vrienden van toen zijn er deels nog wel, maar de contacten zijn minder intens. Onze levens verschillen natuurlijk ook heel erg, zij hebben een echtgenote, en soms kinderen…

Je werd priester, geen kloosterling. Wat trok je meer aan in het priesterschap?
Abdij de Slangenburg was bij ons om de hoek. Daar gingen we ook wel naar toe. Maar ik ben echt een parochiedier. Ik deed daar al veel vrijwilligerswerk, had veel contacten met parochianen.
Het klooster is meer de contemplatie en soberheid. Daar ben ik toch niet zo voor in de wieg gelegd….

Je bent pastoor in 3 parochies. Dat is veel bestuurswerk. Daarnaast ook nog activiteiten in het bisdom. Hoe zorg je voor balans tussen je bestuurstaken en je activiteiten als priester?
Dat is worstelen, keuzes maken.
Het is ook goed kijken hoe je de week indeelt. Kun je aansluitend op een viering bij iemand op huisbezoek gaan? Het is veel werk, en vaak complexe taken. Maar ik word ook gedragen door veel mensen: onze pastorale teams, en kernvrijwilligers met wie we veel en nauw samenwerken.

We hebben nu de samenwerkende parochies, dat biedt ook voordelen als het gaat om de nodige werkzaamheden. Ik heb vanaf mijn eerste jaren als pastoor al te maken gehad met samenwerkende parochies. Soms ook met het nodige gedoe, daar waar mensen bijvoorbeeld in conflict lagen met elkaar, of waar het parochiebestuur was opgestapt en waar ik vervolgens benoemd werd.
Toen ik in 1996 begon in de samenwerkende parochies Dedemsvaart, Slagharen, Hardenberg en Slagharen de Belte – toen nog onder pastoor Skiba – was dat het gebied nog heel overzichtelijk. Ik was vooral pastor voor de mensen in Slagharen. Fijn dat ik dat nog heb meegemaakt.
De samenwerkingsgebieden zijn tegenwoordig wel heel groot geworden, ook geografisch.
Van Wierden tot Wijhe en van Bornerbroek tot Deventer en tot Luttenberg. Het zijn hele afstanden. Zelf vind ik dat niet heel vervelend. De autoritten tussendoor zijn ook een moment om even tot rust te komen, moment van gebed. Even achter je laten waar je net vandaan komt, en je voorbereiden op wat komt. De auto als kapelletje, als het ware.

In al die jaren heb ik nooit hoeven “vechten” voor de liturgie. Natuurlijk kwamen mensen, zeker in mijn begintijd in de jaren ‘90, met voorstellen voor liturgieboekjes die ik inhoudelijk gewoon niet goed genoeg vond. Ik heb altijd geprobeerd om hen ook uit te leggen waaróm. Het was de tijd waarin mensen sterk het beeld hadden van Jezus die met zijn vrienden om tafel zat toen Hij brood deelde. En dat dus dat samenzijn en delen eigenlijk wel “eucharistisch genoeg” was. Dat vraagt dan toch wel wat duiding en uitleg.
Het was de tijd van de “klapperliturgiën”. Na het Tweede Vaticaanse concilie werd de liturgie in de volkstaal mogelijk. Dat werd overal dankbaar opgepakt, maar er bestonden geen liturgische boeken in de volkstaal…iedereen ging van alles zelf schrijven. In 1978 werd er door de bisschoppen een punt gezet achter de tijd van experimenteren, en kwam het altaarmissaal uit. We vieren de liturgie van de Kerk.

Belangrijk in alle drukte is een goede balans. Voor mij is dat het gebed. Ik heb voor mezelf in de loop van de dag echt momenten nodig van gebed, bezinning, het getijdengebed helpt me daarbij. We zijn in de parochies begonnen met de momenten van Aanbidding van het H. Sacrament. Dat je dan een uur hebt waarin je bij de Heer kan zijn, dat geeft ook rust.
En vooral: ik hoef het ook niet allemaal alleen te doen, ik mag ook dingen in de handen van de Heer leggen. Dat ervaar ik ook echt zo.
En….ik ben ik optimistisch van aard, he!

Onze geloofsgemeenschappen vergrijzen. Zie je andere noden, andere aandachtsvelden ontstaan in je werk als priester/pastoor?
Dat is een lastige… natuurlijk wil je graag de groep oudere, trouwe parochianen bieden waar ze zich goed bij voelen, maar je weet ook dat de groep slinkt. Op dit moment althans, want onderschat nooit de werking van de H.Geest!

Maar we moeten ook blijven werken aan de kerk van de toekomst! Daarom beginnen we nu in twee parochies (H. Kruis en H. Lebuinus) met gezinszondagen. Samen starten in de eucharistie en daarna uiteen gaan in groepen voor catechese, gesprekken en ontmoeting voor kinderen en ouders. Zo kunnen we mensen hopelijk laten ervaren wat samen kerk vormen is.
We zijn hier om te zaaien, en dat kan betekenen dat anderen mogen oogsten. Ook daarmee moet je dan genoegen nemen.

We ontkomen niet aan kerksluitingen, hoe pijnlijk ook. “Mijn” kerk in Gaanderen is ondertussen aan de eredienst onttrokken. Ik ken dus het gevoel van verlies als de plek verdwijnt waar je op zoveel belangrijke momenten was: doop, Eerste Communie, gevormd, mijn eerste H. Mis daar mogen vieren, maar ook mijn beide ouders zijn uitgevaren vanuit die kerk.

Het is ook een algemene maatschappelijke tendens; ook veel relatief grote verenigingen en clubs moeten soms zichzelf opheffen omdat men geen bestuursleden of vrijwilligers meer vindt.

Je bent ook bisschoppelijk vicaris voor huwelijk en gezin, en voor bedevaarten. Wat doet een vicaris eigenlijk?
Een vicaris is letterlijk een plaatsvervanger van de bisschop. In Overijssel en een stukje van Flevoland houd ik contact met pastorale teams. De taken zijn niet alleen herderlijk…ook benoemingen, beleid, bemiddelen bij een conflict hoort daarbij. Ik treed daarin op als vertegenwoordig van de bisschop.
Je kan het een heel klein beetje vergelijken met een Commissaris van de Koning, maar dan in het bisdom. Ik vertegenwoordig de bisschop in deze regio.
Het is ook in die hoedanigheid dat ik de jongens en meisjes in onze parochies mag vormen, bijvoorbeeld.

Vanuit het bisdom gaan we ook regionaal trajecten voor huwelijksvoorbereiding starten. Het aantal huwelijken is drastisch teruggevallen, het aantal scheidingen gigantisch toegenomen.
De kerk vindt dat ze daar ook een taak heeft. Huwelijkskandidaten vanuit een aantal parochies met elkaar in contact brengen en samen stilstaan bij de diepe betekenis van het sacramentele huwelijk. Wat speelt er allemaal in een relatie, hoe communiceer je met elkaar? Het gaat dus verder dan alleen de huwelijksliturgie.

Bedevaarten vind heel mooi. Al op heel jonge leeftijd ging ik met mijn ouders en oma op bedevaart naar Kevelaer. Later ging ik als jongeman mee naar Lourdes om hand- en spandiensten te leveren, van aardappelen pitten tot rolstoelen duwen.
Los van het bijzondere wat de fysieke plek van het bedevaartsoord te bieden heeft en de sfeer daar, zijn bedevaarten verbindend. Een groep gaat samen op reis. Dat schept een band tussen parochianen. Het bouwt de geloofsgemeenschap op.

Je preken worden zeer gesmaakt door de parochianen. Hoe slaag je erin om elke week een goede overweging te schrijven?
Ik bid altijd tot de H.Geest om hulp en inspiratie. De ene keer is het zwoegen, de andere keer komt het vanzelf. Het is de bedoeling dat je in je overweging mensen ook – net als de Communie- een klein stukje van het woord van God meegeeft voor de week die komt. Een bepaalde regel of uitspraak…als dat lukt, hebben mensen er ook echt wat aan.

Heb je nog tijd voor een hobby? Een bijzondere interesse?
Ik vind wandelen mooi; ik heb een aantal etappes gelopen van het Pieterpad met één van mijn broers en zijn echtgenote.
Maandag is mijn vrije dag, dan bezoek ik ook graag een stad “in den lande”, een museum of een kerk. Vaak is het op maandag heel rustig. En soms ook te rustig, omdat er toch een en ander niet open is…
En… ik ben geen top-kok, maar ik mag graag een lekker potje koken, ook alleen voor mezelf.

Wat zou je geworden zijn als je niet je roeping had gehad?
Misschien wel leraar…geschiedenis, aardrijkskunde, Duits…
Misschien was ik wel manager geworden in een hotel, dat lijkt me ook ontzettend mooi.

Heb je een bijzonder verering voor een bepaalde Heilige?
Maria, zonder twijfel! Ik heb een sterke Mariadevotie. Van huis uit gingen we jaarlijks op bedevaart naar Kevelaer. De bedevaarten naar Lourdes hebben mijn devotie tot Maria alleen maar versterkt.

Als je nu, 25 jaar ervaring rijker, nog een goede raad zou mogen geven aan de jonge priester van toen, wat zou je zeggen?
Vast houden aan je geloof, aan Christus als baken. Jezelf voeden met Christus in de eucharistie. Je gebedsleven is zo belangrijk. De kerk bestaat al 2000 jaar lang, en kende ook veel moeilijke momenten en zwarte bladzijden. De omgeving verandert, maar de kern van ons geloof blijft hetzelfde. En vooral: optimistisch blijven!

 

 

Meest recente berichten