Wijding

Het priesterschap is een sacrament dat toegediend kan worden aan mannen die zich helemaal willen geven aan het werk van God. Het symbool is de handoplegging. De Kerk roept de priester op om deze taak te volbrengen.

Betekenis

Een geestelijke kan na een tijdje in dienst te zijn geweest van de kerk, de keuze maken om zich te onderwerpen aan de Priesterwijding. Hierbij wordt de geestelijke bezegeld met zijn roeping. Hij kiest er voor om zijn leven geheel in dienst te stellen van God en de Priesterwijding is dan ook onuitwisbaar. Eenmaal een gewijde priester, altijd een gewijde priester dus. De priester wordt gewijd door een hogere geestelijke: de bisschop. Na de zegening staat de Priester geheel in dienst van de kerk.

De priester en de pastor

Je kunt binnen de katholieke kerk enkel priester worden, als je de Priesterwijding hebt ontvangen. Daarvoor ben je een lager geestelijke, een diaken genoemd. Na de wijding ben je dus priester en kun je ook pastor worden. Dit zijn voorgangers in de katholieke kerk, maar werken ook in binnen ziekenhuis en zorginstellingen. Het aantal priesters neemt echter af, waardoor ook andere personen soms de bezigheden van het pastor zijn overnemen. Zo is er tijdens een Eucharistieviering (normale viering) een pastor aanwezig, maar bestaat tegenwoordig ook het fenomeen Woord en Communie viering, waarbij twee gewone gelovigen de dienst doen. Binnen deze dienst worden de hostie en de wijn niet gezegend door een geestelijk, omdat deze gewoonweg niet aanwezig is. Er wordt dan ook gebruik gemaakt van al eerder geconsacreerd hosties en wijn.

De wijding

Meestal vinden Priesterwijdingen plaats op de eerste zaterdag na Pinksteren en worden meerder priesters tegelijk gewijd. De priester knielt neer voor de bisschop of gaat vóór de hem op de grond liggen. Vervolgens vindt de wijding plaats. Dit gebeurt meestal met de volgende woorden: ‘Gewaardig u, Heer, om deze handen te wijden en te heiligen door deze zalving en onze zegening. Dat al hetgeen zij mogen zegenen gezegend zij, en al hetgeen zij toewijden toegewijd en geheiligd moge zijn, in de naam van Onze Heer Jezus-Christus. Ontvang de macht aan God het Offer op te dragen en de Mis te vieren zowel voor de levenden als de doden, in de Naam des Heren’. Een priester moet voor zijn wijding wel een opleiding tot priester hebben gevolgd, deze duurt ongeveer zeven jaar! Hierna vindt dus de Priesterwijding plaats en daarna is de priester bevoegd om te mogen preken en hij mag sacramenten toedienen.

Wil een priester gewijd worden, dan moet hij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet hij van het mannelijke geslacht zijn en mag hij geen relatie hebben. Trouwen en kinderen krijgen is dus na de Priesterwijding niet toegestaan. Het spreekt dan ook voor zich dat gewijde priester geen geslachtsgemeenschap met iemand mogen hebben. Deze vorm van onthouding maakt het leven als priester vaak niet gemakkelijk en trekt ook niet erg aan. De gedachte hierachter is, dat als iemand zich niet aan een ander bindt, hij zich beter tot God kan wijden en zo beter in zijn geloof naar voren komt. Daarnaast is een alleenstaande priester lekker flexibel en kan dus gaan en staan waar hij wil en vooral waar de kerk hem nodig heeft. Zo kan de priester op meerdere manieren zeer dienstbaar zijn voor de kerk!

Tegen de Priesterwijding, maar vooral tegen het Celibaat, is tegenwoordig veel verzet. Nadat bekent is gemaakt dat verschillende geestelijken vroeger voornamelijk jongens hebben misbruikt, wordt het Celibaat met argusogen bekeken. Daarnaast zullen vele priesters zich na hun wijding eenzaam gaan voelen, omdat een relatie natuurlijk niet is toegestaan. Toch bestaat het nog steeds en zijn er elk jaar weer mannen die zich laten wijden!