De Parochie

Algemeen - 12 februari 2018

Vastenboodschap kardinaal

      

‘Met Christus op weg naar Pasen’

 

Brief voor de Veertigdagentijd 2018

Willem Jacobus kardinaal Eijk, aartsbisschop van Utrecht

 

Broeders en zusters in Christus Jezus onze Heer,

Aswoensdag markeert de start van de Veertigdagentijd, de periode van onze voorbereiding op Pasen. Dat markeren gebeurt op Aswoensdag heel letterlijk als de priester of diaken een askruisje op ons voorhoofd tekent, ter herinnering aan onze sterfelijkheid – want ‘stof zijn we en tot stof zullen wij wederkeren.’ Maar het askruisje is ook bedoeld als een aansporing tot bezinning, boete en bekering. In die zin is de Vastentijd een jaarlijks terugkerende kans om onze koers bij te stellen en ons met hernieuwde inspanning en inzet aan te sluiten bij de weg die Christus is gegaan.

Daaraan herinnerde paus Benedictus XVI tijdens de algemene audiëntie van 9 maart 2011. Hij zei toen over de betekenis van de Veertigdagentijd: “Tijdens de Veertigdagentijd vergezellen we Jezus, die optrekt naar Jeruzalem, plaats van vervulling van Zijn mysterie van lijden, dood en verrijzenis. Dit herinnert ons eraan dat het christelijke leven een af te leggen ‘weg’ is, die bestaat uit de persoon van Christus, die men moet ontmoeten, aanvaarden en navolgen.”

Het christelijk leven is dus als een weg die we gaan. Dat is echter geen veel bereisde weg. Het is geen vierbaansweg met extra spitsstroken die worden opengesteld om de enorme drukte aan te kunnen. Nee, de weg die de christen gaat is smal, soms moeilijk begaanbaar en vaak eenzaam, in die zin dat hij er weinig medemensen tegenkomt. Dat laatste geldt zeker in de huidige tijd, waarin de ontkerkelijking in Nederland nog altijd voortschrijdt en christengelovigen een steeds kleinere minderheid vormen.

Dat de weg van de christen geen last heeft van filevorming, is vaker voorgekomen: menigeen vertrouwde al te zeer op het eigen richtinggevoel en miste zo de afslag naar het christelijk leven. Dat missen van de juiste afslag kwam ook al bij het Joodse volk voor, het volk van Gods eerste en blijvende liefde, getuige de woorden van de profeet Jeremia: “Dit zegt de Heer: Ga op de kruispunten staan en kijk uit. Vraag naar de oude paden, vraag wat de goede weg is en volg die, dan zult ge rust vinden. Maar ze zeiden: ‘Wij gaan niet!’” (Jer. 6,16). En ook Christus waarschuwt ons voor het missen van de juiste afslag: “Gaat binnen door de nauwe poort; want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort en hoe smal de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden” (Mt. 7,13-14).

Vanwege de moeilijkheid de juiste afslag in het leven te vinden, is het zaak om af en toe halt te houden om ons af te vragen of we nog wel op de goede weg zijn. Zeker in deze tijd waarin iedereen ‘druk druk druk’ is en alles steeds sneller gaat en vaak ook sneller moet. Het levenstempo is in de afgelopen decennia flink opgevoerd. Werk- en privétijd lopen in elkaar over en veel mensen ervaren de sociale druk om permanent bereikbaar te zijn per e-mail en via de sociale media. De maatschappelijke versnelling blijkt moeilijk te keren. Zo bestaat de term ‘onthaasting’ al sinds 1992 – maar deze heeft sindsdien niet geleid tot een afname van het levenstempo. De gejaagdheid leidt bij velen tot stress. Volgens recent onderzoek kampt één op de zeven Nederlandse werknemers zelfs met burn-outklachten, waaronder een groeiend aantal jongeren. Dat is reden tot grote zorg.

Hoewel elke burn-out natuurlijk een eigen levensgeschiedenis kent, noemen veel jongeren naast baanonzekerheid als oorzaken: keuzestress, de behoefte om op alle fronten van het leven steeds perfect te zijn en faalangst. Alles moet hier en nu, het besef van eeuwigheid speelt vaak geen rol meer.

Wordt niet een hoge prijs betaald voor het hyperindividualisme dat de moderne samenleving tekent? Gevoelens van stress en onzekerheid, het eigen falen delen we vaak niet met medemensen uit vrees voor de consequenties. Voor de omgeving houdt men zich sterk, ook als het leven tegenslag kent. En een God bij wie men met alles terecht kan, is voor velen achter de horizon verdwenen. Terwijl wij christenen ons juist getroost kunnen weten door de woorden: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken” (Mt. 11,28). Maar dat vraagt wel dat we onze kleinheid durven erkennen, ons bukken om de nauwe poort te kunnen passeren en ons innerlijk kompas afstemmen op de weg van Christus.

Geregeld pas op de plaats maken kan helpen om de rust in ons leven te bewaren en de goede weg in het leven aan te houden of in te slaan. Want hoewel het spreekwoord anders beweert, hoeft stilstand helemaal geen achteruitgang te betekenen. Stilstand houdt namelijk ook in: ergens bij stil staan. En daar is de Veertigdagentijd bij uitstek voor bedoeld. Door stil te staan maken we in ons innerlijk ruimte – niet voor onszelf en ons ego, maar voor de ander en bovenal voor God. Die vrijgekomen ruimte is allerminst vrijblijvend, maar krijgt van oudsher de waardevolle invulling van vasten, bidden en aalmoezen geven.

Zo bereiden we ons in deze periode voor op de hernieuwing van onze doopbeloften in de Paaswake, de belofte om met Jezus op weg te gaan. Gewetensonderzoek maakt een belangrijk onderdeel uit van deze voorbereiding. Zijn we het afgelopen jaar onze doopbeloften nagekomen? Hebben we geleefd zoals Christus dat van ons vraagt? Zijn we niet te zeer afgeweken van de weg die Hij heeft voorgeleefd?

Die weg heeft ook praktische consequenties, in de Veertigdagentijd en daarna. Zoals paus Franciscus in zijn boodschap voor de Veertigdagentijd van 2014 zei: “In navolging van onze Meester zijn wij christenen geroepen de ellende van de broeders te zien, die aan te raken, ze op ons te nemen en concreet te werken om die te verlichten.”

Wie nu oproept de weg van Christus te gaan, voelt zich soms een roepende in de woestijn. Dat moge zo zijn, maar we kunnen in die woestijn, als we de goede weg nemen, wel bij een oase uitkomen. Die oase is Christus, de Bron van levend water. En ook als roepende in de woestijn verkeren we in uitmuntend gezelschap. Denk aan Johannes de Doper, die predikte in de woestijn van Judea: “‘Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.’ Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zei:

Een stem van iemand die roept in de woestijn:

Bereidt de weg van de Heer,

maakt zijn paden recht” (Mt. 3,1-3).

De woorden van deze grote profeet van de Advent behouden hun gelding ook in de Veertigdagentijd.

Ik heb in deze Vastenbrief stil gestaan bij Christus als weg. Christus die over zichzelf zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Joh. 14,6). De Veertigdagentijd is bij uitstek bedoeld om opnieuw met Hem op weg te gaan naar de Eeuwige Vader. En als we al met Hem op weg waren, om dan nog bewuster en intensiever Zijn Gezelschap te zoeken. Dat dit bij u allen de vrucht mag zijn van deze sterke tijd, dat hoop en bid ik vurig. Van harte wens ik u toe dat de Veertigdagentijd voor u een gezegende tijd mag zijn, waarin u met Christus op weg bent naar Pasen.

 

Utrecht, Aswoensdag 14 februari 2018

 

 

Willem Jacobus kardinaal Eijk,

Aartsbisschop van Utrecht

Meest recente berichten