Historie

Voorgeschiedenis (gedeeltelijk overgenomen uit het boekje voorbereiding en oprichting parochie Nieuw Heeten)

Een eerste poging om in de omgeving van, "Den Achterhoek" een eigen kerk te krijgen werd gedaan door twee landbouwers destijds woonachtig nabij de plaats waar later de kerk gebouwd is. In 1874 begaven beiden zich naar de Deken van het dekenaat Deventer om te spreken over de mogelijkheid van een eigen kerk in Den Achterhoek. De Deken schijnt hun weinig of geen hoop gegeven te hebben; althans men is daar nooit op terug gekomen en van werken voor een eigen kerk in die tijd weet niemand iets te vertellen.

Daar alle kans op een eigen kerk in de naaste toekomst dus scheen uitgesloten, werden verschillende boerderijen in de richting Espelo langzamerhand door de katholieken verkocht, wegens de grote afstand van kerk en school.

De eigenlijke voorbereidingen tot een eigen kerk in den Achterhoek vinden hun aanleiding in het streven naar een eigen school. Zowel bij Rooms als niet-Rooms bestond het verlangen naar een school in de omgeving. Geen wonder, menig kind moest een afstand van 6-7 km afleggen om een school te bezoeken, en dat langs zand- en boswegen, in die tijd soms bijna onbegaanbaar, en die dikwijls gedeeltelijk in het duister moesten worden afgelegd.  Tenslotte verrezen er twee scholen voor lager onderwijs n.l. één aan de Holtenseweg (de huidge Bosschool) en de Poggebeltschool.  De bewoners van de Helhuizen waren hier niet blij mee; de Bosschool was voor hun kinderen nog moeilijk te bereiken. De stichting van de Poggebeltschool stuitte op verzet bij de toenmalige pastoor van Heeten. Hij ontbood twee van zijn parochianen, die aan het hoofd van de beweging stonden en verbood hun verder daarvoor te werken.

De beide parochianen Jan Herder en Henricus Schrijver, begrijpelijkerwijze zeer teleurgesteld, begaven zich naar de Deken van Deventer die pastoor was te Duistervoorde. Deze vroeg beide bezoekers in welke buurtschap zij woonden. Was dit, op zich genomen de Deken moeilijk uit te leggen, gelukkig had er iets plaats gehad, wat dit vergemakkelijkte. - Een paar jaar tevoren was Deken Rekvelt, op kerkvisitatie zich begevende van Lettele naar Haarle, in de binnenwegen verdwaald; daar had hij toen aan de weg aangetroffen zijn twee bezoekers, die hem verder de goede weg naar Haarle hebben gewezen.    De deken kon zich het voorval nog herinneren en zich voorstellen hoe afgelegen zij woonden. Hij antwoordde hun nu: verbieden voor die school te werken mag die pastoor in Heeten  niet, wel het in afraden en dat doe ik u ook u moet zien daar een kerkje te krijgen, dan komt de school er van zelf bij.

Ze zetten een paar grote ogen op.... dat zouden ze natuurlijk nog veel liever willen maar daaraan mochten ze zelfs niet denken: in zo'n arme buurtschap was aan geen geld te komen......   De deken lachtte en sprak: gij hebt mij eens de weg gewezen,  ik zal U nu de weg wijzen, om een eigen kerkje te krijgen. Gij schommelt naar eens een paar keer per jaar de buurt rond, om een of ander, die fortuin heeft vergaard, aan de pols te voelen; en in uw omgeving kunt ge gaan, zoveel gij verkiest. Wat ging hun verlangen nu veel verder. Kon dat eens werkelijkheid worden, een eigen kerk hebben.....     Dit bezoek had plaats in het jaar 1895. Beide eerder genoemde personen, de eerdere ijveraars voor een eigen school werden nu de grote ijveraars en pioniers voor een eigen kerk.

Na veel bedelen togen zij met een bedrag van Hfl. 28,25 op 26-11-1896 naar Utrecht. Monseigneur ontving hen zeer welwillend en liet zich van een en ander goed op de hoogte brengen. De monseigneur gaf geen toestemming in het eigen dekenaat te collecteren omdat er reeds drie priesters in het bisdom aan het collecteren waren voor nieuwe parochies, die veel harder nodig waren dan de hunne.

Voor de pioniers zat er niets anders op om te proberen meer geld bij elkaar te krijgen. Na adressen verkregen te hebben bezochten zij een aantal goed gesitueerde burgers in Zwolle. Zo ook kwamen zij bij de Heer Vos de Wael door wie zij nauwkeurig bevraagd werden naar de plaats waar zij dachten hun kerk te bouwen. Die vraag was koren op hun molen. Zij wezen de heer Vos de Wael op een stuk grond in diens bezit, liggende in den Achterhoek op de scheiding van de gemeente Raalte, Hellendoorn en Holten. op een punt waar vijf wegen bijeenkwamen; geen geschikter punt volgens hen voor het bouwen van een kerk.

Zo gingen het nog jaren door met inzamelen van geld op allerlei wijzen. Het gebeurde niet zelden, dat bij de verkoop van een koe, varken, schaap of geit wanneer zij het niet eens konden worden het verschil tussen vraag en bod ten goede kwam aan de te bouwen kerk. Zo ook ging menig gewonnen kaartcent in het busje voor de bouw van de kerk.

Op 3 december 1920 schonk de eerder genoemde dhr. Vos de Wael, inmiddels rechter te Roermond het zo begeerde stuk grond. De opbrengt van de gerooide bomen leverde nog eens een flink bedrag op.

Het jaar  daarop (1921) werd kapelaan Scholtens naar Utrecht geroepen en verzocht voorbereidende maatregelen te treffen voor de stichting van een parochie in den Achterhoek. Ook hij zamelde veel geld in. In totaal werden ongeveer 110.000 (bedel) brieven verstuurd waarop in totaal Fl 43.000,00 binnen kwam.

Bij de publieke aanbesteding in augustus 1922 kwam de firma Koenders uit Enschede als laagste uit de bus met een aanneemsom van Fl. 87.797,00. Het grondwerk en transport van materialen hierin niet begrepen. Zo werden +/- 600.000 stenen, voor kerk en schoolgebouw gehaald van de losplaats in Heeten, waar bovendien een paar schepen met ander materiaal werden gelost. Van het station Dijkerhoek  werden ongeveer 100 wagens met hout en ander materiaal aangevoerd; metselzand werd gegraven uit de berg bij Helhuizen en  langs zand- en boswegen werden van daaruit ongeveer 1000 wagens aangevoerd. Een hele prestatie voor zo'n kleine gemeenschap met meestal kleine paarden; slechts enkele boeren hadden 2 paarden.

De school (kosten Hfl 41.587,00) werd eveneens aan Koenders gegund onder de voorwaarde dat deze uiterlijk 1 juli 1923, voor het begin van het nieuwe schooljaar, gereed moest zijn. Het lukte in 3 maanden 2 lokalen en een huis voor het hoofd van de school te realiseren.

Hoewel de kerk nog niet geheel gereed was deze op 23 oktober 1923 door de Aartsbischop van Utrecht ingewijd.