Bouw en restauraties

Bouw en restauratie parochiekerk Heeten

 

De bouw van de eerste kerk

Nadat op 13 april 1791 voor de Heetenaren de toestemming af was gekomen voor het bouwen van een eigen kerk, werd meteen met de bouw daarvan begonnen. De eerste kerk heeft gestaan op de hoek van het Dorpsplein en de Hordelmansweg, waar nu het restaurant ‘de Molenhoek’ is gevestigd. De grond behoorde zeer waarschijnlijk toe aan de familie Meuleman, de eigenaar van een dichtbij gelegen herberg. De centrale ligging van de kerk, dicht bij een herberg, de molen en enkele boerderijen zoals Olthof, Sibelt, Broekhuys, Hofstee en Rensen, zal ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld bij de plaatsbepaling van de kerk. De kerk werd ingezegend in 1791 en toegewijd aan de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd Maria. Door moeilijkheden met pastoor Pas te Raalte vond de officiële inwijding pas plaats op 8 december 1795, de dag van het patroonsfeest.

Deze eerste kerk was een zogenaamde waterstaatskerk. Dit type kerk werd in opdracht van het Ministerie van eredienst door ingenieurs van Rijkswaterstaat gebouwd. Ze waren veelal eenvoudig uitgevoerd met veel stuc- en pleisterwerk. In 1835 is deze kerk vergroot en is er een toren gebouwd.

 

Aquarel van de eerste kerk, na de verbouwing in 1835 (door H. Kuiper uit Apeldoorn).

 

De bouw van de huidige kerk

In de vergadering van het kerkbestuur op 29 juli 1890 werd de noodzaak van een nieuwe kerk en een nieuwe begraafplaats ingezien. Op aanraden van de bisschop werd de parochianen gevraagd een bedrag toe te zeggen. Vanwege financiële perikelen is eerst in 1892 gestart met de bouw van de huidige kerk. De bouw is uitgevoerd onder architectuur van A. Tepe uit Rijsenburg, en aangenomen door Roodenrijs uit Den Haag voor 72.000 gulden. Ook parochianen hebben meegeholpen bij de bouw, met name d.m.v. hand- en spandiensten. Van de parochiaan Hermanus Jansen (in de volksmond Weechelties Mans) is bekend dat hij het kruis en de haan op de toren heeft geplaatst, omdat vanwege de grote hoogte niemand anders daartoe bereid was.

 

 

Zoals vermeld was A. Tepe de architect. In het boek ‘De katholieke kerken in Nederland’ van Jan Kalf en in het proefschrift van A. Looyenga over de architect A. Tepe wordt ruim aandacht geschonken aan de kerk van Heeten. Tepe gaf destijds aan dat het grote, mooi en hoog gelegen bouwterrein veel mogelijkheden bood en ook aan de wens om de kerk op het oosten te oriënteren was goed te voldoen. Tevens had bouwpastoor Koopmans de wens geuit een kerk te bouwen waarin alle plaatsen een onbelemmerd uitzicht op altaar en preekstoel boden. De eenvoudigste oplossing was natuurlijk een eenbeukige kerk te bouwen, maar wilde men bij een dergelijke opzet vasthouden aan een stenen overwelving, dan zouden de bouwkosten onoverkomelijk hoog worden. Tepe ging toen na of met een zuilenkerk aan de eis van overzichtelijkheid kon worden voldaan. Een voorbeeld vond hij in de Westfaalse gotiek, en wel in de St. Martin te Münster. Tepes streven bij zijn ontwerp voor de Heetense kerk was om het concept van de St. Martin te verbeteren. Hij had deze opzet reeds eerder toegepast in de kerken van Kortenhoef en Barneveld. In Heeten ging hij echter verder en ging hij uit van de aanleg van een hallenschip van drie

vierkante gewelfvlakken in het middenschip, geflankeerd door smalle              rechthoekige vlakken in de zijbeuken. De toren is vrij fors en zonder steunberen gebouwd. De hoogte van de toren is 56 meter. Aan de buitenzijde vallen alle afzonderlijke bouwdelen van de kerk op door hun afzonderlijke bekapping. De middenbeuk heeft één doorlopend dak. Wanneer we de kerk van opzij bekijken, zien we -van west naar oost- eerst het vijfdelige tentdak van de westelijke kapellen, vervolgens het aan de oost- en westzijde afgeschuinde brede dak van de twee zijbeuken, daarna de kap van de dwarsbeuk, en tenslotte het vijfzijdige dak van het zijkoor. Deze maakt niet alleen de opbouw van het gebouw duidelijk, maar levert tevens een afwisselend geheel op.

 

Een foto van vóór 1946 , de wijzerplaten zitten nog onder de galmgaten

 

De situatie vóór de aanleg van het Dorpsplein in 1965.

 

Om de kerk voldoende licht te geven zijn in de zijmuren telkens twee naast elkaar geplaatste ramen aangebracht. Deze tweevuldige vensters vertonen in hun opzet de door Tepe veel toegepaste afwisseling van staande siermotieven en bolvormige vierhoeken. Het interieur is geheel overdekt door kruisribgewelven die in de meeste gevallen ontspringen aan de tegen de muur geplaatste zuilen. Evenals in de St. Martin in Münster zijn de ronde zuilen voorzien van kapitelen (bovendelen) en eveneens ronde basementen (voetstukken). De dwarsbeuk werkt niet zozeer als transept, maar in samenhang met het priesterkoor als één uit meerdere onderdelen bestaande ruimte.

De plattegrond van de koorpartij is wellicht enigszins geïnspireerd door de kooromgang van de Utrechtse Dom. De ruime werking van het kerkinterieur is ook duidelijk voor in de kerk zichtbaar, wanneer men van voor naar achteren kijkt. De grote raampartijen dragen daar in aanzienlijke mate toe bij. Men kan zeggen dat Tepe in zijn opzet om met behoud van zuilen een overzichtelijke kerkruimte te scheppen zeker geslaagd is.

Tepe heeft de Heetense opzet nog twee keer herhaald (Tubbergen en Bawinkel (Duitsland)). In 1913 werden de plattegrond en gedeeltelijk ook de opbouw vrijwel letterlijk nagevolgd in de St. Martinus te Gaanderen, een ontwerp van de architect Hoogenkamp uit Doesburg.

 

Onderhoud en restauraties

Architect Tepe had weliswaar een prachtige kerk gebouwd, maar wel een die in de loop der jaren duur bleek in onderhoud. Vooral de dakconstructie met zijn drie lengtedaken, twee dwarsdaken, vijf tentdaken op de kapellen, plus de daken op de catechismuskamer, de sacristie en de pastorie met schuur, heeft in de loop der jaren heel veel geld gekost. In dit gedeelte worden alleen (in chronologische volgorde) het groot onderhoud en de belangrijke veranderingen aan het kerkgebouw vermeld. Verder wordt niet ingegaan op de oorlogsschade, om dat daarover helaas bijna niets bewaard is gebleven.

 

  • Schilderen

In 1920 waren de muren van de kerk nog steeds slechts wit gekalkt. Mede daardoor had de kerk weinig sfeer en bood het een kaal aanzien. M.b.t. schilderen van het priesterkoor is een advies uitgebracht door Hans Mengelberg. In 1921 kreeg Fried Boonekamp uit Den Haag de opdracht tot het schilderen van de kerk. Eerst kwam het priesterkoor aan de beurt, vervolgens het kruispand, met in het middengewelf de symbolen van de vier evangelisten, en vervolgens de preekstoel en enkele beelden.

In 1923 en 194 werd door bovengenoemde schilder het overige interieur onder handen genomen.

 


Oudst bekende foto van het interieur (voor 1913). De muren zijn nog ongeschilderd en de oude banken, vloer en preekstoel zijn nog aanwezig. Ook zijn er nog geen gebrandschilderde ramen aangebracht.

 


  • Eerste onderhoud (1919 – 1957)

In 1919 moest bij het kruis van de toren een belangrijke reparatie worden uitgevoerd. In 1920 werden de zinken goten vervangen. In 1927 werd de toren gerepareerd, en in 1930 werden de leien van het kerkdak en de toren van nieuwe koperen haken voorzien. In 1957 werd besloten het gewelf in de kerk op te knappen. Vermoed werd dat vocht de oorzaak was van het afbladderen van de verf. Eerst werd nog onderzocht of het mogelijk was het stenen gewelf weer zichtbaar te maken, echter dit ging teveel geld kosten. Reeds in 1958 bladderde de verf opnieuw af.

 

Werktekening van de drie gebrandschilderde ramen door H. Kocken: v.l.n.r.: aankondiging van de geboorte van Christus, de geboorte van Christus en het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth.

 

  • Groot onderhoud (1965 – 1971)

De kerk moest van binnen opnieuw geschilderd worden, en het dak van de kerk en de toren moest gerepareerd worden. Verder moesten de muren deels opnieuw worden ingevoegd, en was de centrale verwarming aan vernieuwing toe. Bovendien was het wenselijk dat de kerk aangepast werd aan de wensen die de nieuwe liturgie stelde.

In die tijd zijn de communiebanken en de preekstoel als ook de beelden van Teresia en Lidwina uit de kerk verdwenen, en is voor in de kerk tussen de vier zuilen een podium aangelegd, waarop het offeraltaar is geplaatst.

 

Interieur na de gedeeltelijke beschildering in 1922.De nieuwe preekstoel is aanwezig. De kerk was toenvoorzien van gasverlichting.

Het interieur rond 1930.De gasverlichting is vervangen door elektrisch.

  • Later onderhoud (1972 – 1985)

Kort na de restauratie werd een tweede uitgang aan de kerk gemaakt, door een gang van de voormalige catechismuskamer af te nemen. In 1972 zijn de dakgoten grondig gerepareerd. In 1974 werd het portaal afgesloten met een glazen pui en in dat jaar werd de kerk tevens voorlopig onder monumentenzorg geplaatst. Dit werd in 1976 definitief.

 

Een “gevulde” kerk anno 1973

 

  • Restauratie en groot onderhoud (1986 – 2004)

 

De kerk van Heeten werd aangemerkt als een monument dat matig was onderhouden. De kapconstructie was door houtrot ernstig aangetast en in de toren moesten diverse balken worden vervangen. Deze eerste fase werd in 1987 uitgevoerd. In fase twee kwam de torenspits in 1989 aan de beurt. Er kwamen onder meer nieuwe leien op, waar door de toren er weer strak uit kwam te zien. In fase drie werden in 1993 de leien op het dak en de dakgoten vervangen. In dat jaar zijn ook de glas-in-loodramen van voorzetramen voorzien, waarna het kerkgebouw weer wind- en waterdicht was. Afhankelijk van de beschikbaarheid van subsidies is in 1997 de toren helemaal opnieuw ingevoegd. Een jaar later is het interieur opnieuw geschilderd, waardoor deze een geheel  ander aanzien heeft gekregen. Vervolgens is de kerk begin 1999 voorzien van nieuwe verlichting, volgens een nieuw concept wat nog nergens was toegepast.

 

In het jaar 2000 is het grote orgel volledig gerestaureerd (zie verder op deze webpagina bij ‘Interieur en orgels’) Tevens heeft in 2000 restauratie van de leien op desteunberen plaatsgevonden. Verder is toen de kapel op de begraafplaats gerestaureerd.

 

Zoals wel blijkt uit bovenstaande presentatie uit de parochieavond in 2002 liep de totale restauratie fors in de papieren. Maar met behulp van ontvangen overheidssubsidies en niet in de laatste plaats de bijdragen van de Heetense bevolking is het goed gelukt de klus te klaren.