Begraafplaats

BEGRAAFPLAATS

Onze lokatie beschikt over een eigen begraafplaats.Deze is in 2004 deels geruimd en heringericht waardoor er nu weer ruimte is voor begravingen.Ook is er een colombarium voor bijzetting van urnen. Contactpersoon voor de begraafplaats is de heer H.F. Tibben, telefoon 0572 (38 17 90).

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder vindt u nadere informatie over het regelement van onze begraafplaats, en over de tarieven van grafrechten. Ook is een lijst beschikbaar van alle overledenen die hier begraven zijn. Dubbelklik op onderstaande iconen om de informatie te raadplegen.

KLIKHIER voor de begraafplaatsreglementen.

KLIKHIER voor de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen

KLIKHIER voor namen voor 1994

KLIKHIER voor namen na de ruiming van 1994

 

Algemene informatie en reglementen over de begraafplaats kunt u vinden op de site van de locatie Raalte – H. Kruisverheffing

Geschiedenis van de begraafplaats

De begraafplaatsen

 

In de beginjaren van de parochie Heeten was de politieke situatie voor de katholieken in Nederland nog ongunstig. Er was geen sprake van het begraven van de overledenen volgens de kerkelijke voorschriften zoals we die nu kennen. De begrafenis-plechtigheden moesten steeds binnen de kerkmuren plaatsvinden. Na afloop van de uitvaart werd de overledene vermoedelijk naar de begraafplaats van Raalte gebracht. Pastoor Hefkens is in deze streek een van de eersten geweest die bij de (oude) kerk een afzonderlijk kerkhof heft laten aanleggen. Deze werd in 1821 in gebruik genomen. In 1949 werd op het oude kerkhof een woning gebouwd (Hordelmansweg 1). Daarvoor werd de begraafplaats afgegraven, waarbij de niet verteerde delen van de overledenen in een gezamenlijk graf op het nieuwe kerkhof zijn begraven

 

 

Veel graven waren vroeger voorzien van ijzeren kruizen Kapel vóór de restauratie

Toen in 1891 het besluit werd genomen om een nieuwe kerk te bouwen, speelde daarbij ook het argument mee dat het oude kerkhof vol raakte. Tegelijk met de bouw van de kerk werd dan ook gewerkt aan een nieuw kerkhof, en dit werd in 1893 door deken Rekvelt ingezegend. In mei 1898 werd door het kerkbestuur voor het eerst een reglement opgesteld over eigen- en familiegraven en grafkruizen. In 1913 werd  het bidkapelletje op het kerkhof gebouwd, met daaronder een grafkelder voor acht overledenen. In februari 1914 werden met toestemming van de burgemeester de graven van de eerste drie pastoors van de parochie geopend, de overblijfselen zorgvuldig verzameld en in een eikenhouten kist gelegd. Ze werden overgebracht naar de grafkelder, en vervolgens werd de grafkelder met een halfsteensmuur dichtgemetseld. De grafzerk van pastoor Tempelman is in de vloer van de bidkapel gelegd en die van pastoor Bosch links naast de kapel. De grafzerk van pastoor Herfkens bevond zich rechts naast de kapel, maar is later verloren gegaan.

Mede door de bouw van de Stevenskamp in 1968 ontstond er behoefte aan een nieuwe be-graafplaats. Toen er in 1980 geen ruimte meer was voor nieuwe graven, werden de overledenen naar de nieuwe gemeentelijke begraafplaats Pleegste gebracht. Begin 2004 zijn na een gedegen voorbereiding een groot deel van de graven op het parochiekerkhof geruimd, en is het gehele kerkhof opnieuw ingericht en aangekleed.

Deze is daarmee veranderd van een passieve begraafplaats in een actieve begraafplaats. Mede omdat jaarlijks ruiming zal plaatsvinden m.b.t. graven waarvan de grafrechten aflopen en niet worden verlengd, zal er in de eerstkomende decennia voldoende ruimte op het parochiekerkhof zijn tot begraving.

Schijndodenhuis

Op de R.K. Begraafplaats in Heeten bevond zich vroeger een schijndodenhuis, zoals blijkt uit een publicatie van “Het Oversticht” in Zwolle.Dit schijndodenhuisje is de ruimte achter de kapel op de begraafplaats welke nu als de opbergruimte wordt gebruikt. Deze huisjes dienden om zicht “te vergissen van een stelligen dood”. In twijfelgevallen werden hier de doden gedurende in ieder geval 36 uur opgebaard, alvorens zij werden begraven. Eind 18e eeuw was er veel angst onder de bevolking om levend begraven te worden en daarom werd in 1825 bepaald dat alle begraaf-plaatsen een schijndodenhuisje moesten hebben.

Later werden deze ruimtes ook vaak gebruikt als lijkenhuisje, waar de lijken werden gelegd van mensen die aan een besmettelijke ziekte waren overleden. Als een overledene in het dodenhuisje opgebaard werd, werd door een spiegeltje of veertje voor het gezicht te houden, gecontroleerd of de overledene werkelijk overleden was. Besloeg de spiegel of bewoog het veertje, dan had men te maken met een schijndood. Daarnaast werd de overledene zelf in staat gesteld om alarm te slaan, door middel van een ingenieuze constructie waarbij armen en benen van de overledene aan een belsysteem verbonden werden. De geringste beweging van de overledene was voldoende om alarm te slaan.

Naaste familie of goede vrienden waakten gedurende deze tijd ook bij het lijk, opdat ook zij te hulp zouden kunnen schieten in geval van een schijndood. In de loop der tijd zijn veel schijndoden-huisjes in verval geraakt en gesloopt, omdat de angst voor de schijndood afnam en daardoor het gebruik van het huisje verviel.

Het colombarium

In 1990 had de parochie Heeten in deze regio de primeur van een columbarium. Doordat het aantal crematies toenam, ontstond de behoefte aan een plek in de nabijheid van de kerk waar men de overledenen kon gedenken. Het colombarium werd door vrijwilligers gebouwd. Naar een ontwerp van Jan ten Hagen is op de muur in reliëf een afbeelding gemetseld waarop mensenhanden een centrale plaats innemen.

Links wordt een kern omklemd (het leven of de ziel van de mens). De gekromde vingers symboliseren de gehechtheid van de mens aan het leven. In het rechterpaar handen is het stervensproces van de mens weergegeven. De mens omvat nog maar een gedeelte van zijn leven. De afbeelding in het midden tenslotte stelt de dood van de mens voor; de kern, het leven, is verdwenen. Het einddoel van iedere mens – het opstijgen naar de schepper- vinden we terug in de omhoogvliegende duif, waarvan de staart onder het middelste paar handen zichtbaar is.

 

Foto van de symboliek op de urnenmuur.

In het najaar van 2000 heeft een uitbreiding van het colombarium plaatsgevonden, en in het voorjaar van 2006 heeft opnieuw een uitbreiding plaatsgevonden.