Historie

Ruim 300 jaar Parochie H. Sebastianus Haarle.

Uit informatie in oude archieven is bekend dat in de veertiende eeuw door de Bisdommen Munster en Utrecht collecten zijn gehouden om te komen tot een Parochie Hellendoorn. Haarle was toen een Marke en in een verslag van een Markevergadering uit 1336 is een gift van de marke met name genoemd, bedoeld voor oprichting van een parochie die de gehele tegenwoordige gemeente Hellendoorn moest omvatten. Haarle maakte toen deel uit van de parochie H. Sebastianus Hellendoorn. De verbondenheid met Hellendoorn bleef tot 1597. Hellendoorn ging over tot de Reformatie (werd protestant) en Haarle alleen uiterlijk. In werkelijkheid bleef Haarle trouw aan de RK moederkerk. In het geheim bezochten geestelijken Haarle om daar in boerderijen en schuren in heilige missen voor te gaan en andere sacramenten toe te dienen.

In het jaar 1697, toen de landswetten blijkbaar niet zo nauw meer werden genomen, richtte Vicaris Apostolicus Petrus Codde de parochie Haarle op en werd Hendricus de Beer de eerste pastoor van Haarle. Een echte kerk had men nog niet maar waarschijnlijk maakte men gebruik van een “kerkschuur” die al jaren door rondtrekkende priesters in het geheim was gebruikt. Vanaf 1786 werden allerlei pogingen gedaan om een nieuwe kerk te krijgen en door het verkrijgen van giften en schenkingen en de verkoop van de “kerkschure” werd in 1792 begonnen met de bouw en was een eerste echte dorpskerk  in 1793 een feit. In 1817 kreeg de kerk een orgel en twee klokken. Eén van de klokken hangt nu nog in de basisschool in Haarle.

In 1854 werd Bernardus Vos als pastoor in Haarle benoemd. Hij vond het 60-jarig vervallen kerkje met een dak van stro te klein voor de parochie ondanks dat de parochie Haarle inmiddels kleiner was geworden doordat Hellendoorn in 1812 en Luttenberg in 1841 zelfstandige parochies werden met elk ongeveer 300 parochianen. Pastoor Vos schreef een brief aan de toenmalige koning Willem III om financiële bijstand. Hij deed dit onderbouwd met een hele opsomming van gebreken aan de kerk en een kostenraming van 4670 gulden voor een nieuwe kerk en voor de pastorie nog eens 1200 gulden. De koning verstrekte in 1857 een bedrag van 3500 gulde en de rest werd opgebracht door de parochianen, zodat meteen met de bouw begonnen kon worden. De overal geroemde in fraaie gotische stijl opgetrokken kerk van architect van Roosmalen uit Zwolle werd op 15 november 1857 ingezegend en deed dienst tot 1915.

 

 

 

In 1910 werd Ferdinand Langedijk pastoor in Haarle en zijn gedachten gingen meteen al uit naar de bouw van een nieuwe grotere kerk omdat opnieuw de kerk te klein was. Door gulle bijdragen van de parochianen en een gift van J.W. Baron van Voorst tot Voorst  kon in 1915 onder leiding van de bekende kerkarchitect Walter ter Riele met de bouw worden begonnen. Deze kerk die wordt beschouwd als één van de best geslaagde dorpskerken van zijn tekentafel werd op 16 mei 1916 ingewijd door Mgr. Van de Wetering. In datzelfde jaar werd een ‘kruisweg” geschonken door verschillende parochianen. In 1918 kreeg de kerk gebrandschilderde ramen en in 1922 volgde een nieuwe doopvont en weer later in 1923 werden de twee eerdere luidklokken uit 1817 vervangen door drie nieuwe klokken. In de oorlog gingen deze klokken naar Duitsland waar ze werden gesmolten.

Pastoor J. Lohuis was begin jaren 60 pastoor in Haarle en wederom werd ondanks dat in 1923 de parochie was verkleind met de parochie Nieuw Heeten en in 1937 verkleind door ontstaan van de parochie Mariënheem, de kerk weer te klein bevonden. Bijkomstigheid om tot nieuwbouw en niet op restauratie over te gaan was de staat waarin de kerk verkeerde. De gebruikte materialen, die vaak ook nog moeilijk te verkrijgen waren in het oorlogsjaar (1915) waren van zodanige kwaliteit en samenstelling dat metselwerk en stucwerk ging loszitten en zowel binnen als buiten deze met grote stukken naar beneden vielen. Ook vernieuwingen in de kerk onder invloed van het 2e Vaticaans concilie waarbij o.a. het altaar anders geplaats werd zodat de priester met het gezicht naar de parochianen stond waren mede bepalend om voor nieuwbouw te kiezen.

Op palmzondag 1963 werd de Eerste steen gelegd en op 19 maart 1964 werd de thans nog in gebruik zijnde kerk ingezegend door Mgr. Alferink Aartsbisschop van Utrecht.